Schoolreglement

Algemene bepalingen:

Artikel 1  Dit schoolreglement is van toepassing op alle leerlingen van de Stedelijke Academie voor Muziek en Woord Blankenberge en op de ouders van de minderjarige leerlingen.

Artikel 2  Het schoolreglement wordt aan de leerlingen of aan de ouders van de minderjarige leerlingen overhandigd en wordt door hen ondertekend voor akkoord.

Artikel 3  De voertaal in de academie is het Nederlands.

Organisatie van de lessen:

Artikel 4  Het schooljaar start op 1 september en de laatste lesdag valt ten laatste op 30 juni.

Artikel 5  De openingsuren van de academie worden vermeld in de agenda.

Artikel 6  De vakantieregeling wordt vermeld in de agenda. De leerlingen moeten er rekening mee houden dat een vakantieperiode doorgaans begint op een maandag. De zaterdag voorafgaand aan een vakantie wordt er nog les gegeven, tenzij anders vermeld in de vakantieregeling.
De regeling met betrekking tot verlengde weekends kan afwijken van de regeling in het dagonderwijs.

Artikel 7  Een lesuur duurt 60 minuten.

Artikel 8  Voor de individuele vakken krijgen de leerlingen een uur les per groep van 2, 3 of 4 leerlingen.

Artikel 9  De lessen zijn niet toegankelijk voor ouders of derden, tenzij anders vermeld.

Inschrijvingen en financiële bijdrage

Artikel 10  De leerlingen worden ingeschreven vóór 1 oktober van het betreffende schooljaar.

Artikel 11  De academie wordt onmiddellijk op de hoogte gebracht van iedere wijziging van de persoonlijke gegevens.

Artikel 12  Andere academie

  1. Is de leerling al ingeschreven in dezelfde studierichting in een andere academie, dan moet dit steeds expliciet worden gemeld bij inschrijving.
  2. Heeft de leerling reeds een attest of getuigschrift behaald in dezelfde studierichting in een andere academie, dan moet dit steeds expliciet worden gemeld bij inschrijving.  

Artikel 13  Tweede instrument of tweede optie

Leerlingen kunnen zich voor een tweede instrument of een tweede optie slechts inschrijven, na akkoord van de directeur. Zij worden in eerste instantie op een wachtlijst ingeschreven. Enkel als er voldoende plaats is, kunnen ze daadwerkelijk worden ingeschreven.

Artikel 14  Inschrijvingsgeld

  1. De inschrijving van een leerling is slechts definitief na het betalen van het wettelijk voorziene inschrijvingsgeld.
  2. Het inschrijvingsgeld moet gestort worden uiterlijk op 30 september van het desbetreffende schooljaar.
  3. Een leerling betaalt het inschrijvingsgeld vastgelegd volgens de ministeriële bepalingen.
  4. Inschrijvingsgelden worden betaald per studierichting.
  5. In geval van moeilijkheden tot betaling moet de leerling zich wenden tot de directie.
  6. Een leerling kan worden geweigerd indien hij het gevraagde inschrijvingsgeld niet tijdig betaalt.

Artikel 15  Verminderd inschrijvingsgeld

  1. Volgende personen en de personen die zij ten laste hebben, komen in aanmerking voor een verminderd inschrijvingsgeld als ze het daartoe vereiste document voorleggen:
  • werklozen: een attest afgeleverd door VDAB dat aantoont dat hij/zij uitkeringsgerechtigd volledig werkloos is of ermee gelijkgesteld,
  • leefloners: een officieel attest van het OCMW of een attest ‘inkomensgarantie voor ouderen’,
  • personen met een handicap: attest van de mutualiteit waaruit een arbeidsongeschiktheid van ten minste 66 % blijkt of een vermindering van zelfredzaamheid met zes punten en met vermelding van een RIZIV-nummer en de geldigheidsperiode,
  • jongeren van 18 tot 24 jaar (op 31/12 van het betreffende schooljaar) : geen attest nodig,,
  • erkende politieke vluchtelingen: officieel attest dat aantoont dat hij/zij het statuut van erkend politiek vluchteling heeft.

Voor personen ten laste hebben, moet ook een document ‘samenstelling van het gezin’ worden voorgelegd, afgeleverd door de dienst bevolking van het gemeentebestuur.

  1. Een leerling die de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar in kwestie, betaalt het verminderde inschrijvingsgeld:

  • indien een ander lid van het gezin waartoe hij behoort het inschrijvingsgeld reeds heeft betaald in dezelfde of in een andere academie voor deeltijds kunstonderwijs,
  • voor iedere extra inschrijving in een andere studierichting in dezelfde of in een andere academie voor deeltijds kunstonderwijs
  • jongeren uit de bijzondere jeugdzorg: het bewijs dat hij/zij in een gezinsvervangend tehuis of in een medisch-pedagogische instelling verblijft,

Artikel 16  Extra bijdragen

  1. Het schoolbestuur kan een bijkomende bijdrage opleggen voor het organiseren van deeltijds kunstonderwijs in haar instelling.
  2. De academie kan een bijdrage vragen voor kosten die worden gemaakt in het kader van de opleiding of om de opleiding te verlevendigen, zoals:
  • de aankoopprijs van materiaal en benodigdheden,
  • de aankoopprijs van boeken en partituren,
  • kopiekosten,
  • deelnamekosten bij pedagogisch-didactische uitstappen,
  • de kosten bij projecten,
  • de kosten bij feestactiviteiten.

Toelatingsvoorwaarden

  1. Iedere leerling moet beantwoorden aan de minimum leeftijdsvoorwaarden.
  2. Voor de cursussen creatief moeten de leerlingen minimum 6 jaar zijn op 31 december van het lopende schooljaar of minstens in het eerste leerjaar van het lager onderwijs zijn ingeschreven.
  3. In de studierichtingen muziek en woordkunst moeten de leerlingen minimum 8 jaar zijn op 31 december van het lopende schooljaar of minstens twee volledige schooljaren ingeschreven zijn in het lager onderwijs.
  4. In principe start een leerling in het eerste leerjaar van de gekozen optie. In de lagere graad woordkunst stromen de leerlingen de eerste 3 jaar in volgens leeftijd.
  5. In de studierichtingen muziek en woordkunst worden leerlingen die op 31 december van het lopende schooljaar jonger zijn dan 15 jaar, in principe ingeschreven in de sectie jongeren. Vanaf 15 jaar worden de leerlingen ingeschreven in de sectie volwassenen. Om pedagogische redenen kan de directeur ook leerlingen jonger dan 15 jaar (12- tot 14-jarigen) toelaten tot de sectie volwassenen. Omgekeerd kunnen leerlingen ouder dan 15 jaar niet toegelaten worden tot de sectie jongeren.
  6. Om naar het volgende leerjaar te kunnen gaan, moet de leerling geslaagd zijn voor de proeven van het voorafgaande leerjaar.

Artikel 18  Toelatingsperiode

  1. Wanneer een leerling in een ander leerjaar of een andere optie wil instromen dan hij op basis van de gewone toelatingsvoorwaarden mag, kan de directeur in samenspraak met de betrokken vakleerkrachten een toelatingsperiode toestaan. Deze toelatingsperiode start bij het begin van het schooljaar en eindigt uiterlijk op 1 november van het lopende schooljaar. De leerling volgt de vakken van het leerjaar waarin hij wil terecht komen. Na die toelatingsperiode maken de directeur en de betrokken leerkrachten een attest op dat motiveert of de leerling het leerjaar verder kan blijven volgen of wordt doorverwezen naar een ander leerjaar.
  2. Leerlingen kunnen –na goedkeuring van de directie- enkel tot deze toelatingsperiode worden toegelaten indien ze voldoen aan volgende voorwaarden:
  • voor de lagere graad: de leeftijd van 8 jaar bereikt hebben,
  • voor de middelbare graad: de leeftijd van 12 jaar bereikt hebben of ingeschreven zijn in het secundair onderwijs,
  • voor de hogere graad: de leeftijd van 15 jaar bereikt hebben of ingeschreven zijn in het 4de leerjaar van het secundair onderwijs.

Artikel 19  Leerlingen die in het laatste jaar lagere graad muziek enkel geslaagd zijn voor AMV, kunnen toch doorstromen naar de middelbare graad (schuinzitten). De leerling volgt dan AMC in de middelbare graad en instrument of zang in de lagere graad. Een praktisch vak (instrument, zang) kan nooit in een hogere graad worden gevolgd dan het theoretisch vak.

Te volgen vakken en vrijstellingen

Artikel 20  Behoudens vrijstelling volgt elke leerling alle vakken van een gekozen optie.

Artikel 21  Vrijstelling

  1. Een leerling kan een vrijstelling bekomen voor de vakken die hij reeds met vrucht heeft gevolgd op een gelijkwaardig of hoger niveau van het voltijds secundair onderwijs, van het deeltijds kunstonderwijs of van het kunstonderwijs met beperkt leerplan.
  2. De directeur kan - in samenspraak met de betrokken leerkrachten - vrijstelling verlenen voor een vak om pedagogische redenen. Die vrijstelling wordt gestaafd met een attest. In geval van twijfel wordt het advies van de inspectie gevraagd, en kan de leerling een toelatingsperiode worden opgelegd.
  3. Vrijstellingen op basis van een buitenlands diploma moeten altijd worden aangevraagd (niet-Nederlandse diploma’s moeten worden vertaald) bij de gemeenschapsinspectie van onderwijs.

Artikel 22  Een verkregen vrijstelling geldt voor de ganse duur van de opleiding indien ze werd verleend op basis van reeds gevolgde gelijkwaardige of hogere studies. In andere gevallen kan de vrijstelling voor één schooljaar gelden.

Artikel 23  Leerlingen die overzitten worden vrijgesteld voor het vak/de vakken waarvoor zij reeds slaagden indien zij van het betrokken leerjaar de proeven van alle vakken hebben afgelegd. Uiteraard geldt deze vrijstelling niet voor de niet-theoretische vakken (de vakken, 'instrument', 'zang', ...).

Aanwezigheid

Artikel 24  Iedere leerling neemt deel aan alle lessen en activiteiten van het leerjaar waarin hij is ingeschreven, behoudens in geval van gewettigde afwezigheid.

Artikel 25  Aanwezigheid

  1. Iedere leerling respecteert het begin- en einduur van de lessen.
  2. Minderjarige leerlingen mogen de academie niet verlaten tijdens de lesonderbrekingen.
  3. In uitzonderlijke gevallen kan een leerling de academie voor het einduur verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directeur, de studiemeester, het secretariaat of de leraar. Voor minderjarige leerlingen is ook de toestemming van de ouders vereist.

Afwezigheid van de leerling

Artikel 26  Als een les of activiteit niet kan worden bijgewoond, moet de academie hiervan vooraf en zo snel mogelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 27  Vanaf twee opeenvolgende, niet-gemelde afwezigheden kan een afwezigheidskaart worden opgestuurd.

Artikel 28  Gewettigde afwezigheid
Een afwezigheid kan op volgende manieren gewettigd worden:

  • met een doktersattest,
  • met een document dat aantoont dat de leerling afwezig was om:
  • een begrafenis- of huwelijksplechtigheid bij te wonen van een bloed- of aanverwant tot de vierde graad of van een persoon die onder hetzelfde dak woont,
  • een familieraad bij te wonen,
  • voor de rechtbank te verschijnen na een oproeping of dagvaarding,
  • een andere officiële aangelegenheid bij te wonen - mits akkoord van de directeur,

Artikel 29  Ongewettigde afwezigheid

  1. Elke afwezigheid die niet gewettigd of gerechtvaardigd is zoals hierboven beschreven, wordt beschouwd als een ongewettigde afwezigheid.
  2. Een leerling die op 1 februari meer dan een derde van de lessen ongewettigd afwezig was, kan het recht verliezen om aan de proeven deel te nemen. De leerling is dan niet geslaagd. Het verlies van dit recht wordt uitgesproken door de directeur na de leerling/ouders gehoord te hebben.
  3. Ongewettigde afwezigheden kunnen bovendien aanleiding geven tot een sanctie.

Artikel 30  Bij het stopzetten van de cursussen brengt de leerling of de ouder van de minderjarige leerling de academie hiervan onmiddellijk op de hoogte.

Artikel 31  Afwezigheid van de leraar

  1. Als een les niet kan plaatsvinden omwille van de afwezigheid van de leraar, dan worden de volgende maatregelen genomen:

  • de ouders of meerderjarige leerlingen worden indien mogelijk voorafgaandelijk verwittigd,
  • de afwezigheid wordt uitgehangen in de infokastjes voor- en achteraan de academie,
  1. Als ouders hun kinderen naar de academie brengen, gaan ze best na of de leraar al dan niet aanwezig is, alvorens hun kind (eren) achter te laten.

Artikel 32  Overmacht

  1. De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep worden geschorst wegens overmacht. Hieronder verstaat men een onvoorziene, niet-toerekenbare plotselinge gebeurtenis die het onmogelijk maakt om de lessen te laten doorgaan (vb. weersomstandigheden).
  2. De academie brengt de ouders hiervan, voor zover mogelijk, op de hoogte.

Artikel 33  Pedagogische studiedag

  1. De lessen kunnen één dag per schooljaar worden geschorst voor het houden van een pedagogische studiedag voor de leraars.
  2. Deze studiedag wordt via de agenda bekendgemaakt

Artikel 34  Staking

  1. In geval van staking worden de ouders of meerderjarige leerlingen hiervan verwittigd.
  2. Indien nodig zal de academie zorgen voor toezicht op de minderjarige leerlingen.

Lesverplaatingen

Artikel 35  Alle leerlingen hebben recht op alle lessen van hun studierichting en optie.

Artikel 36  Een lesverplaatsing is elke les die verplaatst wordt binnen het door de academie vastgelegde uurrooster.

Artikel 37  Enkel de directeur kan lesverplaatsingen toestaan.

Artikel 38  De leerlingen en/of ouders worden via de agenda van elke lesverplaatsing op de hoogte gebracht.

Artikel 39  De leraar legt datum en uur van de inhaalles vast en legt dit ter goedkeuring voor aan de directeur. De lessen kunnen niet worden verplaatst naar een vakantiedag of wettelijke feestdag.

Artikel 40  Een verplaatste les heeft de gebruikelijke duurtijd. Bij een lesverplaatsing van een groepsgericht individueel vak wordt bij voorkeur de samenstelling van de groep gerespecteerd.

Agenda

Artikel 41  Vanaf de lagere graad heeft iedere leerling een agenda. Hierin worden de opdrachten en/of de te kennen leerstof en/of de in te studeren stukken van de leerlingen genoteerd, evenals eventuele aanwijzingen voor de studie en mededelingen voor de ouders. De ouders ondertekenen wekelijks de agenda voor kennisneming.

Artikel 42  De agenda bevat nuttige informatie zoals telefoonnummer en emailadres van de academie, het uurrooster van de leerling, de data van concerten, de vakantiedagen en het schoolreglement.

Evaluatiefiche

Artikel 43  Tijdens het schooljaar wordt tweemaal een schriftelijke evaluatie van elke leerling gemaakt aan de hand van een evaluatiefiche. De leerling en/of de ouders worden in kennis gesteld van deze evaluatie.

Artikel 44  De punten vermeld op de twee evaluatiefiches worden op het eind van het schooljaar naar 50% herleid en vormen de jaarpunten.

Examens en interne evaluatie

Artikel 45  De leerlingen in de sectie "jongeren" zijn verplicht deel te nemen aan de proeven ingericht op het einde van het leerjaar waarvoor zij zijn ingeschreven.

Artikel 46  Wie meer dan 1/3 van de lessen niet heeft bijgewoond zonder gewettigde afwezigheid, wordt niet toegelaten tot de proeven en is derhalve niet geslaagd.

Artikel 47  De proeven worden georganiseerd overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen.

  1. De overgangs- en eindproeven worden georganiseerd tussen 15 mei en 30 juni:

  • aan het einde van een leerjaar: overgangsproeven,
  • in het laatste leerjaar van de lagere, de middelbare en de hogere graad: eindproeven.
  1. De proeven worden afgenomen met gesloten deuren of openbaar.

  2. De leerling die bij de beoordeling voor elk vak ten minste 60% van de punten heeft behaald, beëindigt zijn leerjaar met vrucht.

  3. Voor de jongeren bestaat het eindresultaat van het schooljaar uit de som van de jaarpunten (50%) en de punten van de eindejaarsproef (50%)

Artikel 48  Voor de leerlingen in de sectie "volwassenen" wordt een aangepaste vorm van evaluatie toegepast.

  1. De interne evaluatie gebeurt schriftelijk tweemaal per schooljaar.
  2. De interne evaluatie gebeurt door de vaktitularis op basis van de prestaties in de klas en eventuele evaluatiemomenten.
  3. De directeur bewaakt de objectiviteit van de interne evaluatie en kan, indien gewenst, aanwezig zijn op de evaluatiemomenten.
  4. De huidige (minimum) leerplandoelen blijven het referentiepunt bij deze interne evaluatie.
  5. Voor de leerlingen in de sectie "volwassenen" bestaat het eindresultaat van het schooljaar uit het gemiddelde van de 2 interne evaluaties.
  6. De leerling die voor elk vak tenminste 60% van de punten heeft behaald, beëindigt zijn leerjaar met vrucht.

Artikel 49  De leden van de examencommissie worden op voorstel van de directeur aangesteld. Niemand mag als lid van de examencommissie zitting hebben voor de proef van een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad.

Artikel 50  De examencommissie van de jongeren wordt als volgt samengesteld

  1. Voor de overgangsproeven: de directeur en ten minste de vaktitularis
  2. Voor de eindproeven: de directeur, de vaktitularis en ten minste 1 deskundige

Artikel 51  De directeur is ambtshalve voorzitter van de examencommissie en kan zich door een afgevaardigde laten vervangen.

Artikel 52  Een leerling die om gewettigde redenen (ziekte, ongeval) niet aan een proef kan deelnemen, verwittigt onmiddellijk de academie. Er moet steeds een attest worden ingediend (vb. doktersattest). Als de leerling dit attest tijdig inlevert, dan heeft die leerling recht op een uitgesteld examen.

Artikel 53  Wie niet aan een proef of een onderdeel van een proef deelneemt en hiervoor geen gewettigde reden (ziekte, ongeval) heeft, is onwettig afwezig en heeft een onvoldoende als gevolg.

Artikel 54  Leerlingen mogen binnen een graad voor eenzelfde optie geen tweemaal overzitten.

Artikel 55  De leerlingen ontvangen op het einde van het schooljaar voor elk vak een rapport.

Artikel 56  De leerlingen die een graad beëindigen ontvangen hiervoor een overgangs- of eindattest. Dit attest wordt uitgereikt tijdens de attestenuitreiking op het eind van het schooljaar. De leerlingen worden geacht hierop aanwezig te zijn.

Gedragsregels

Artikel 57  Iedere leerling volgt strikt de richtlijnen op en neemt een correcte en beleefde houding aan tegenover het personeel van de academie en tegenover de andere leerlingen. Geweld wordt onder geen enkel geval aanvaard en wordt streng beoordeeld.

Artikel 58  Iedere leerling zorgt ervoor dat hij de lessen niet stoort.

Artikel 59  In de klaslokalen wordt niet gegeten of gedronken.

Artikel 60  Tijdens de lessen worden er geen gsm’s gebruikt.

Artikel 61  De leerlingen laten het leslokaal bij het einde van de les in voldoende ordelijke staat achter. Tussen de lessen wordt zo snel mogelijk en ordentelijk van lokaal gewisseld.

Artikel 62  Afval wordt in de daarvoor voorziene afvalbakken gesorteerd.

Gezondheid en veiligheid

Artikel 63  In het geval dat een leerling of iemand uit zijn gezin wordt getroffen door een besmettelijke aandoening, bespreekt de leerling/ouders met zijn behandelende arts of de aanwezigheid van de leerling in de academie een gevaar kan zijn of geweest zijn voor de gezondheid van andere leerlingen/personeelsleden. Indien dit het geval is, doet de leerling/ouders melding bij de directie. De academie neemt de gepaste maatregelen.

Artikel 64  Verboden middelen

  1. Binnen de volledige instelling, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen en andere open ruimten is het verboden:

  • te roken,
  • roesopwekkende middelen (zoals alcohol, drugs,…) te gebruiken of in de academie binnen te brengen,
  • enig voorwerp als wapen te gebruiken of wapens in de academie binnen te brengen.
  1. Leerlingen mogen zich niet in de academie aanbieden onder invloed van roesopwekkende middelen (zoals alcohol, drugs,…).

Materiële bezittingen en vandalisme

Artikel 65  De leerlingen laten hun persoonlijke bezittingen (boekentassen, rugzakken, instrumenten,…) niet onbeheerd achter. De academie is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke diefstallen of eventuele beschadigingen.

Artikel 66  Fietsen horen in de fietsenstalling achteraan het gebouw (kant Vlaamsestraat).  Ze worden in elk geval op slot gedaan en bij voorkeur vastgemaakt aan het rek.

Artikel 67  De leerlingen gebruiken alle infrastructuur als normaal zorgvuldige personen met respect voor gebouwen, meubilair, apparatuur, instrumenten,…

Artikel 68  De leerling is aansprakelijk voor de schade die hij toebrengt aan het gebouw, tuin, lokalen, meubilair, apparatuur, instrumenten, materiaal of werken van de instelling, de personeelsleden of de andere leerlingen. Dit houdt in dat hij de herstelling of de vervanging vergoedt, onverminderd de tuchtsancties die hem in dit verband kunnen worden opgelegd.

Gebruik van infrastructuur

Artikel 69  Leerlingen kunnen mits toestemming van de directeur of diens vertegenwoordiger een lokaal gebruiken om er te oefenen.

Artikel 70  De aanvrager is verantwoordelijk voor de sleutel, de orde van het lokaal, schade en andere onregelmatigheden die eventueel vastgesteld worden.

Huur instrumenten

Artikel 71  Binnen de voorwaarden vastgelegd in het reglement huurvoorwaarden kunnen aan de leerlingen instrumenten worden uitgeleend.

Artikel 72  De huurder ondertekent bij ontvangst van het instrument dit reglement en verklaart zich zo akkoord hiermee.

Artikel 73  Wie stopt met de lessen moet zijn huurinstrument onmiddellijk terug indienen.

Initiatieven van leerlingen of personeel

Artikel 74  Alle teksten die leerlingen of personeelsleden wensen te verspreiden in de academie, moeten vooraf ter goedkeuring aan de directeur worden voorgelegd.

Artikel 75  Een geldomhaling in de academie door de leerlingen of personeelsleden kan slechts gebeuren na goedkeuring van de directeur.

Artikel 76  Leerlingen en personeelsleden die deelnemen aan kunstmanifestaties buiten de academie en daarbij de naam van de academie willen gebruiken, moeten daarvoor de schriftelijke toestemming van de directeur bekomen.

Artikel 77  Activiteiten die leraars, leerlingen of derden op eigen initiatief organiseren voor een bepaalde leerlingengroep, vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de academie.

Sancties

Artikel 78  Ordemaatregelen
Als een leerling dit schoolreglement overtreedt of het ordentelijk verstrekken van onderwijs verstoort, kunnen volgende ordemaatregelen worden genomen door elk personeelslid onder het gezag van de directeur:

  1. een mondelinge vermaning,
  2. een schriftelijke vermaning via de agenda,
  3. verwijdering uit de les als het gedrag van de leerling de les erg stoort - melding gebeurt aan de ouders via de agenda,
  4. een gesprek tussen de directeur en de leerling - melding gebeurt aan de ouders via de agenda,
  5. de directeur neemt contact op met de ouders en bespreekt het gedrag van de leerling, al dan niet samen met de leraar.

Tegen geen enkele ordemaatregel is er beroep mogelijk.

Artikel 79  Tuchtmaatregelen

  1. De directeur kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel nemen indien het gedrag van de leerling:

  • het ordentelijk verstrekken van onderwijs werkelijk in gevaar brengt – de maatregelen van orde hebben geen effect of het betreft zeer ernstige overtredingen,
  • de verwezenlijking van het artistiek pedagogisch project van de academie in het gedrang brengt,
  • de veiligheid of de hygiëne in het gedrang brengt,
  • ernstige of wettelijk strafbare feiten uitmaakt,
  • de naam van de instelling of de waardigheid van het personeel aantast,
  • de instelling materiële schade toebrengt.
  1. De directeur kan overgaan tot een tuchtmaatregel indien leerlingen/ouders zich onthouden van de verplichte meldingen zoals beschreven in artikel 12.

  2. Volgende sancties kunnen worden toegepast:

  • een tijdelijke schorsing door de directeur, eventueel op voorstel van een personeelslid: de leerling mag gedurende een bepaalde periode de lessen niet meer volgen,
  • een definitieve uitsluiting door de directeur.
  1. De leerling (en/of de ouders) wordt voorafgaandelijk gehoord. Hiervan wordt een verslag gemaakt dat voor kennisneming wordt ondertekend door de leerling (en/of ouders).

  2. Een sanctie getroffen tegen een leerling wordt aangetekend aan de betrokkene of zijn/haar ouders meegedeeld met vermelding van de reden.

  3. De onder punt 3. vermelde sancties worden door de directeur eveneens meegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen.

  4. De leerling (en/of de ouders) kan tegen een tuchtmaatregel aangetekend beroep instellen bij het college van burgemeester en schepenen binnen de 10 werkdagen na ontvangst van de aangetekende beslissing. Dit beroep schorst de sanctie niet op. De beslissing van het college wordt aangetekend aan de leerling (of de ouders) meegedeeld.

Toezicht

Artikel 80  De ouders worden verzocht hun kinderen niet vroeger dan nodig naar de academie te sturen.

Artikel 81  De academie voorziet geen kinderopvang. De leerlingen dienen gebracht te worden net voor de les en afgehaald te worden onmiddellijk na de les.

Artikel 82  Leerlingen die moeten wachten in de academie doen dit rustig in de hal of in de tuin.

Verzekering

Artikel 83  Het schoolbestuur sluit de nodige verzekeringen af voor burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen.

Artikel 84  De leerlingen zijn verzekerd voor ongevallen in de academie en op het traject van huis naar de academie en terug. Een ongeval moet onmiddellijk worden gemeld aan de academie.

Auteursrecht

Artikel 85  De leerlingen en de academie respecteren te allen tijde het geldende auteursrecht.

Artikel 86  Korte fragmenten uit partituren mogen voor didactische doeleinden worden gekopieerd.

Artikel 87  Kopieerrechten

  1. Voor het kopiëren van volledige partituren is in principe de toestemming vereist van de auteur, zijn uitgever of een andere rechthebbende.

  2. De academie heeft een licentieovereenkomst afgesloten met de erkende beheersvennootschap van muziekuitgevers SEMU. De leerlingen eerbiedigen te allen tijde onderstaande voorwaarden:

  • elke reproductie van een beschermd werk wordt gemaakt aan de hand van een origineel uitgegeven en aangekocht exemplaar van de muziekpartituur op grafische drager, dat in het bezit is van de academie of van de leerkracht;
  • de reproductie gebeurt uitsluitend op grafische drager, met uitdrukkelijke uitsluiting van elke digitale drager;
  • de reproductie wordt uitsluitend gebruikt binnen het Deeltijds Kunstonderwijs, binnen de lesactiviteiten, de examens en de andere activiteiten van de academie zoals bekendgemaakt in een officiële activiteitenkalender;
  • de reproductie mag niet aan derden ter beschikking worden gesteld;
  • de reproducties mogen onder geen enkel beding worden verkocht;
  • bij officiële openbare proeven voor de graden L4, M3 en H3 dient de leerling ingeval van individuele vakken steeds de beschikking te hebben over een originele partituur. Ingeval van collectieve vakken (bv. samenspel en instrumentaal ensemble) dient steeds minstens één originele set van partituren in het examenlokaal aanwezig te zijn.
  • Het maken van integrale reproducties van methode- of studieboeken valt niet onder deze toestemming en is bijgevolg niet toegestaan

Privacy

Artikel 88  Het schoolbestuur leeft de verplichtingen na die voortvloeien uit de privacywetgeving.

Artikel 89  Gebruik camera’s

  1. Elk heimelijk gebruik van camera’s is verboden.
  2. De academie kan bewakingscamera’s uitsluitend gebruiken met het oog op het vastleggen van feiten of handelingen die als een misdrijf zijn omschreven, die overlast veroorzaken of die de openbare orde verstoren. Er moeten ernstige en gestaafde vermoedens bestaan omtrent deze feiten en handelingen. Het moet gaan om feiten en handelingen die niet op een andere wijze kunnen worden vastgesteld.

Artikel 90  De academie zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling.

Artikel 91  Publiciteit

  1. De academie kan geluid- en beeldmateriaal van leerlingen maken en publiceren.
  2. Voor het maken en publiceren van geluid- en beeldmateriaal in academiegerelateerde publicaties zoals de website van de academie of gemeente, publicaties die door de academie of gemeente worden uitgegeven, wordt de toestemming van de leerlingen/ouders vermoed. De betrokken leerlingen/ouders kunnen schriftelijk hun toestemming weigeren.
  3. Leerlingen mogen geen beeld- en/of geluidsmateriaal maken of publiceren zonder uitdrukkelijk akkoord van de directie en de betrokkenen.